van de maand augustus
Column van de maand augustus
Het was ergens eind april en zoals gewoonlijk sleepte ik mezelf veel te vroeg om half zes mijn veel te fijne bed uit. Na het open doen van mijn rolluiken kwam ik tot de conclusie dat het droog was en dus mocht de ED-regenjas fijn thuis in de kast blijven hangen. Snel mijn ze-zien-er-niet-uit-maar-lopen-oh-zo-lekker-schoenen (lees: crocs) even aan doen, naar beneden sprinten en hup, op de fiets.
Even langs het depot, kranten ophalen en weer verder. Eenmaal in mijn wijk aangekomen nog steeds niks bijzonders. Af en toe ‘goeiemorgen!’ roepen naar een enkele ziel die ook buiten vertoeft en dan weer verder met fietsen, remmen, inparkeren, brievenbussen trotseren en vervolgens dezelfde reeks handelingen weer opnieuw. Totdat ik in een niet nader te noemen straat arriveerde en een auto zag. Niets vreemds, er staan zoveel auto’s daar in allerlei kleuren en merken. Maar die ene auto viel op door de rook die de uitlaat verliet. “Dat zal wel iemand zijn die op zijn collega aan het wachten is” dacht ik nog, maar toen ik dichterbij kwam zag ik dat er iets mis was met het linker-voorwiel. Het leek compleet uitgebrand, maar de auto zelf niet. Nu ben ik zelf zo a-technisch als het maar zijn kan, dus had ik nog niet bedacht dat dat misschien wel eens een klapband zou kunnen zijn zoals mijn vriendje me later vertelde. Enfin, een stilstaande-maar-aan-staande auto met een voorwiel waar niks meer van over is. Vreemde situatie, maar dat was nog niet alles. Toen ik naar rechts afsloeg omdat daar een huis stond dat een krant wenste te ontvangen zag ik dat de auto niet onbemand was, zoals ik in eerste instantie dacht. Er zat een man in die er levenloos uit zag..
Ik heb het helemaal niet op dit soort dingen, dus ik voelde mijn hele hart als een gek tekeer gaan. Wat moest ik doen? Doorfietsen? Politie bellen? Op het raam van de auto kloppen? Ik besloot het eerste te doen, maar nog geen twee seconden later besloot ik dat ik dat echt niet kon maken. Maar wat dan? Eerste reflexie: vriend bellen.
Hij gaf me het simpele advies om ergens aan te bellen zodat ik in ieder geval niet alleen was en anders een telefoontje plegen met 112, dus ik volgde zijn advies braaf op en ging naar het eerste het beste huis dat ik kon vinden. Natuurlijk doet er ’s ochtends om half zeven geen mens open en na bij vijf huizen aangebeld te hebben gaf ik het op. Dan maar 112 bellen. Ik had nog nooit met de politie aan de telefoon gehangen dus ik had geen flauw idee wat ik kon verwachten.
Een vriendelijke vrouw nam op en verbond me door. Een tweede vriendelijke vrouw vroeg wat er gebeurd was en mijn gegevens. Ik gaf alles netjes op en vervolgens kreeg ik een vragenvuur. Zo ongeveer alle uiterlijke kenmerken van de man werden tot in detail gevraagd en vervolgens ook die van de auto. Het automerk? Eh.. ik ben een vrouw en houd meer van shoppen dan van auto’s, dus ik heb eigenlijk geen idee? Ik deed een goede poging en verwittigde de telefoniste met het antwoord ‘Opel’, terwijl het achteraf een Audi bleek te zijn. Oeps.
Enfin, uiteindelijk alles zo goed mogelijk proberen te beantwoorden en daarna kon ik mijn bezorgrondje gaan afmaken. De telefoniste zou een ambulance en een politieauto erop af sturen. Ik ben een ervaring rijker, maar vraag me tijdens het bezorgen bij het zien van de plek waar die auto stond nog vaak af wat er nou precies gebeurd is en, belangrijker, of die man nog leeft…
Linda van Lierop
Eindhovens Dagblad, Someren






