van de maand augustus

Column van de maand augustus

Column
Column-van de maand augustus
Lisanne Benek

Een Rare Gewoonte

“Goedemorgen Anita,’ zeg ik hardop, “Leuk dat je weer op mij aan het wachten bent.” Ik krijg geen antwoord, maar dat geeft niks; ik ben het wel gewend dat ze niets terug zeggen. “Goedemorgen Felicia.” Ik zie dat Felicia wat wil zeggen, haar mond staat een beetje open,  maar ik hoor geen geluid. Geeft niets hoor. Ik zie je morgen weer.

Daarna komen Loes, Tristan, Babette, Angela, Isabella, Jordy en Maximiliaan aan de beurt. Ja, ik heb een rare gewoonte. Ik praat namelijk tegen huizen. Nee,  natuurlijk niet tegen alle huizen, maar alleen de huizen waar ik de Stentor bezorg; en ja, dat doe ik met veel liefde.  U kent toch ook wel een paar mensen, die tegen planten en bloemen praten? Nou ik praat dus tegen huizen.

Maar waarom doe je dat eigenlijk, zul je je misschien afvragen. Heel simpel: dat is toch veel gezelliger zo ’s morgens vroeg rond 6 uur. Anders is het zo stil en saai op straat. Maar het vergt wel enige kennis. Je kunt niet zomaar tegen Babette “Maximiliaan” zeggen of “Jordy” tegen Isabella, want dat vinden ze niet leuk. Dat ze het niet leuk vinden, merk ik aan hun monden; die willen dan heel moeilijk open. Vooral als het wat koud is.

Ik zie ook of de huizen mannelijk of vrouwelijk zijn aangekleed en daar geef ik dan de namen aan. Ik heb nu 35 namen gegeven aan de  35 huizen.  De appartementen geef ik geen naam, omdat ze teveel op elkaar lijken.

Ik kan ook zien hoe de huizen zich voelen. Laats zag ik Tristan huilen; er liepen namelijk dikke druppels lang het raam naar beneden. Ik vroeg waarom hij verdrietig was en al snel zag ik wat het probleem was. De ramen waren vies, zodat hij moeite had om naar buiten te kijken. Nadat ik zei, dat de ramen waarschijnlijk snel zouden worden gewassen, omdat ik een briefje van de glazenwasser achter de ruit had zien liggen, werd Tristan meteen wat vrolijker. Ik zag geen dikke druppels meer, en het was ook wel prettig dat het niet zo hard meer regende. Ik was namelijk mijn regenbroek vergeten mee te nemen.

Gisteren was ik bij Angela en ik hoorde haar rinkelen, ze wilde me wat duidelijk maken. En als snel zag ik een dikke bos sleutels in haar slot zitten. “Dus dat zit je niet lekker, Angela,” zei ik tegen haar. Ik pakte de sleutels en gooide ze door haar mond naar binnen. Ze was meteen stil. En daar word ik dan zo vrolijk van.

Goedemorgen Loes, wat zie je wit, ben je wat ziekjes of zo. Ik zag al snel; wat er aan de hand was met Loes: ze had het koud, want haar mond stond wagenwijd open. Nadat ik de krant door Loes had gedaan deed ik snel zijn mond weer dicht.

Als laatste bezorg ik de krant bij Maximiliaan; hij staat daar zo trots als een pauw helemaal alleen tussen al die rijtjeshuizen. Hij pest mij wel eens. Vanmorgen wilde ik naar hem toe gaan, toen ik bijna uitgleed over zijn tuinslang, en daarna stak hij ook nog zijn tong naar mij uit. Ik pakte zijn tong en drukte de folder verder naar binnen en daarna deed ik mijn krant door zijn mond. “Wat ben je toch een lekker ventje,” zei ik tegen hem. “Ik zie je morgen weer, Maximiliaan.”

Tegen huizen praten, dat zouden toch veel meer mensen moeten doen.

 

Meer columns

Els Leferink-Benneker
Sarah Zheng
Lisanne Benek
Margot ten Donkelaar
Els Leferink-Benneker
Sarah Zheng
Lisanne Benek
Lisanne Benek
Sander van Minderhout
Els Leferink-Benneker
Jamie Ridderhof
Maria Gerritsen-Menting
Marda Overwijk
Karel van der Leij
Anneke Wullink
Sarah Zheng
Jac "Coosje" Bakx
Miranda Mulder
Linda van Lierop
Margreet de Waal uit Tilburg