van de maand oktober
Column van de maand oktober
Eind goed, al goed
Zoals gewoonlijk elke morgen, liep ook donderdagmorgen om half vijf weer mijn wekker af. Ik sloeg hem op de kop en sprong het bed uit. Nadat ik aangekleed was, pakte ik mijn krantenfiets uit de schuur en reed naar het depot.
Deze keer was ik niet de eerste bezorgster die in het depot aanwezig was. Er was al een bezorger uit Duitsland die elke dag trouw met zijn auto komt aanrijden. Dus zo ook vanmorgen.
Ik parkeerde mijn fiets tegen het huis van mijn depothouder en pakte mijn tassen bij elkaar om naar binnen te gaan en mijn collega-bezorger te begroeten. Ik zei:"Goedemorgen", waarop hij zei: "Guten Morgen". We hadden het nog nauwelijks gezegd, we keken elkaar aan, toen we plotseling beiden werden opgeschrikt door een hele harde knal buiten. We renden uit het depot en zagen dat een voorbijrijder tegen de geparkeerde auto was gereden van mijn collega-bezorger uit Duitsland. Hij heeft een goede engelbewaarder want hij zat zelf niet in de auto op dat moment. Gelukkig dat er toen nóg een collega-bezorgster arriveerde die de dronken automobilist had herkend zodat de politie de rest van het werk kon opknappen.
Inmiddels was mijn depothouder dus ook wakker geworden en kwam hij er verschrikt aan lopen met zijn kleine hondje dat hem dagelijks vergezelt op al zijn ritten. Eerst springt het hondje in de grote doos met oud papier zodat je hem nauwelijks kan terug vinden, want wij gooien daar dan ook nog de bruine beschermvellen van de kranten bovenop. En zodra onze depothouder de auto start, springt het kleine hondje op de zitting naast hem om hem tijdens het kranten bezorgen te vergezellen.
Afijn, kranten geteld en in de tassen gedaan en daar gaan we. Een straatje bezorgd en wat zie ik daar.....
Toevallig stopt mijn depothouder daar net met zijn auto om een krant te bezorgen. Ik zie nog dat het hondje er snel uit gaat en plast tegen de heg. Kennelijk had mijn depothouder het niet in de gaten en springt snel weer in zijn auto en rijdt gewoon door. Het hondje kijkt mij aan en ik zeg tegen hem: "Hoe kan hij jou nu zomaar vergeten, hè?" Het hondje draait zich om alsof het mij begrepen heeft en rent achter de auto van zijn baasje aan. Hopelijk vinden ze elkaar snel terug.
Ik bezorgde de rest van mijn kranten en moest telkens eventjes aan dat kleine hondje denken.
De volgende dag kwam ik weer op het depot en nu was mijn depothouder al bezig met het tellen van de kranten. Ik zei: "Goedemorgen, heb je het hondje nog weer terug gevonden?" En hij zei: "Ja, hoor, hij kent de route al precies, toen ik een paar huizen verderop was, kwam hij er wel weer aan rennen en sprong weer bij mij in de auto."
Ik zei: "Oh, gelukkig maar." en dacht: "Eind goed, al goed."



